Mijn werk

Img

Geknokt voor carriere

Eigenlijk hetzelfde als wat ik over een succesvol 'bevochten huwelijk en huisvesting' schreef, geld dit ook voor het werk wat ik deed. Voornamelijk had ik altijd beroepen genoten die ik leuk vond, en daarbij vond ik positie en inkomen lange tijd iets secundairs. Als je kon rondkomen, nooit met tegenzin naar je werk ging, was het voor deze jongen gewoon prima in orde. Mijn intellectuele en communicatieve vaardigheden vierde ik graag bot op dingen buiten mijn werk om. Dingen waar ik geen aanleg in genoot, ontweek ik gewoon. Prima balans, in ieder geval, voor zo lang. Op den duur, gemotiveerd door mijn vrouw haar aanpak om binnen de zorg met opleidingen indrukwekkend gestaag te promoveren en te groeien, wilde ik ook mijn sterke punten in een carrière deponeren en maakte ik jacht op het managerschap voor tankstations, wat niet zonder slag of stoot uiteindelijk lukte. Het voelde zoals een vis zich in het water moet voelen, en omdat ik van positieve stress hou, was het uiteindelijk prettig om de leiding over een moeilijk team te krijgen in een noodlijdend bedrijf, wat als tankstation niet goed kon meeconcurreren met de Duitse brandstofsector. Heerlijk! Op een monotone saaie werkvloer had ik nooit zo op kunnen bloeien.

Het onderste uit de kan

Het lukte door de shopverkoop aan te scherpen, nog meer gericht op de Duitse consument, om vier jaar achter elkaar met winst af te sluiten. Juist in de periode dat ik mij gevestigd voelde, kwam de hamer van de spieraandoening om de hoek kijken. Op het werk viel mij als eerste op, die al aangehaalde vermoeidheid, en de daarbij gepaard gaande overprikkeling. Iets wat je als Manager toch écht niet kunt gebruiken. Vanaf de ziekenhuisopnames in juni en september 2018 was het met fases niet meer te doen om fulltime op de werkvloer te werken. In augustus was de laatste keer dat het fulltime werken (opbouwend) werd gehaald, maar vanaf september 2018 werd het steevast deeltijd. Eind 2018 werkte ik nog maar twintig uur per week, en rond maart 2019 nog maar tien uur. Al het werk moest voornamelijk linkshandig gedaan worden. Niet zozeer de fysieke beperking zorgde ervoor dat er steeds minder gewerkt kon worden, maar eerder de mentale vermoeidheid. De bedrijfsartsen waren ten alle tijden soepel en begripvol. Ik heb langer en meer doorgewerkt dan dat ze adviseerden, en het eerste jaar van de ziekte heb ik naar genoegen toch redelijk vol weten te maken. Maar toen ik nog maar tien uur per week kon werken, liep vanaf maart 2019 het werk veel achterstand op. Op dat moment hadden we ook nog eens de pech dat ik geen assistent had om mij te vervangen. Dit was niet meer lang vol te houden en al snel gaf ik begin april 2019 aan om mij te laten vervangen.

Werk, een zegen of een vergif?

De bedrijfsarts had ook al rond die tijd het een en ander in gang gezet, om mij af te laten keuren en voor een IVA-uitkering te gaan. Financieel ook aantrekkelijker voor het bedrijf. Dat is iets wat ook belangrijk was voor mij, omdat het bedrijf al extra belast was met vast personeel met een hoog ziekteverzuim; daar wilde ik principieel niet aan meedoen. Er is dan toch zoiets als zakelijk gentlemanschap. Verder betrof het een bedrijf wat het verdiende om goed behandelt te worden, omdat de inzet altijd groot was om ook voor personeel goed te zijn. Het verlies van mijn werk bleek later toch erg traumatisch te zijn, en iets waar ik erg veel moeite mee heb gehad. Maar in het eerste jaar van de spierziekte was ik wel tevreden het uiterste eruit gehaald te hebben. Vanaf 2 juni 2019 was ik honderd procent afgekeurd. Pas in december 2020 kon ik het gevoelsmatig aan na sluitingstijd naar de tank toe te gaan, om als het ware daar afscheid te nemen. Eerder lukte me dat niet. Werk is toch iets wat je een voldaan gevoel geeft, bij mij een soort van vervulling van verantwoordelijkheid naar de maatschappij toe, en kleiner, naar je gezin toe. Net als mijn vrouw heb ik weinig begrip voor mensen die niet werken willen, maar wel kunnen. Ironisch genoeg kan het heel goed zijn dat mijn werk de oorzaak is van de spieraandoening. Mijn grootste vermoeden tot nu toe is dat toxische stoffen dé oorzaak kunnen zijn voor de genetische manipulatie, omdat door een slechte darmwerking deze stoffen in de hersencellen kunnen komen. Dit is geheel inherent mijn leven, vol zware stoffen (tankstations lang autowegen) en een leven lang met veel darmklachten. Die biochemische processen zijn nogal ondergewaardeerde factoren bij de medici, wat jammer is, maar er staan onderzoeken in het verschiet.

Gas terug, gas erop

Terugkomend op mijn werk dat eerste jaar. Juist door het werk was ik ook veel afgeleid; pas als het wegvalt word je in de stilte van jezelf teruggeworpen, waardoor je wél meer ruimte krijgt om met je groeiende arsenaal aan beperkingen te dealen. Al met al, vind ik achteraf, dat het een goed besluit was om de handdoek in de ring te gooien. Hoe geconditioneerd je ook bent dat werk iets is wat 'moet' en 'zingeving geeft', uiteindelijk bij progressieve ongeneeslijke ziektes is het beter om niet langer dan nodig op de werkvloer te blijven. De afleiding is misschien wel prettig, maar belangrijke geestelijke processen zoals zelfreflectie, introspectie en gevoelens onderkennen, kunnen er te lang door worden vooruitgeschoven. Dus ja, het was traumatisch afgekeurd te worden, maar uiteindelijk ook een bevrijding. Na 34 jaar gewerkt te hebben is het misschien wel sneu te noemen dat de IVA uiteindelijk maar 75% uitkeert. Maar goed dat ik nog bijverzekerd was! Maar weet je. De grootste beloning voor mijn werk is niet die 75%, maar wat ik erdoor geworden ben; een wereldburger, cultureel kleurenblind met een voorliefde voor mensen en anderzijds een voorliefde voor de handel. Het was een aparte samenloop van omstandigheden, dat waar ik in 2018 en 2019 gas terug moest nemen, mijn vrouw met juist veel gas haar carrièremogelijkheden bestormde, wat ontaarde in het beroep zorgmanager. Dit voor een pas gestarte kleinschalige woonvorm voor twintig bewoners die lijden aan dementie. Geen moment heb ik haar dit misgunt, hoezeer ook haar mogelijkheden in schril contrast stonden met mijn onmogelijkheden. Uiteraard bekroop mij vaker het gevoel van gemis, wanneer ze bevlogen bezig was in haar managerschap, maar het is altijd plaatsvervangend genot geweest, en heel veel trots, hoe alles door haar werd gestroomlijnd en neergezet. Ze vulde als het ware de krater op die ik naliet. Uiteraard ook financieel. Hoe vaak verneem je niet schrijnende verhalen van afgekeurde mensen die daardoor moeten verhuizen? Gelukkig bleef ons dat bespaard.