Humor met een beperking

15-04-2021

Met dank aan het Myocafé

Img

Gemasseerde lachspieren

Godfried Bomans schreef eens treffend; “humor is de waterlelie die geworteld is in het troebele water van verdriet”. Ik kan dat ergens wel beamen. Humor kan een extra pleister op de 'wonden' zijn. Humor om het allemaal beter te kunnen verdragen, een apart mechanisme wel. Soms, met uiteraard gepaste tussenposen, is er humor in mijn leven als mij bijvoorbeeld wordt gevraagd: “schat, wil je boterhammen, en wat wil je er op?”. Ik kan dat smeren al een jaar niet meer, en dus geef ik mijn voorkeuren op. “Goed, nou….je weet waar het staat!”, is het plagend antwoord, met een moeilijk te verbergen grijns. Ik vind dat dan heerlijk. Maar goed, het is ook wel mijn eigen humor die hier doorheen sluimert, en ik haalde vroeger ook wel dat soort fratsen uit. Enkele dagen geleden las ik van iemand die opmerkte; “ik heb mijn eigen mobiel terras, nergens last van”, zittend in een rolstoel, genoegzaam koffie drinkend tussen staande mensen, op de vraag of het terras gemist werd. Ja, dan masseer je wel mijn lachspieren! Er is een soort van humor die ondanks alles, het leven even kan garneren met een glimlach.

Superieur over je ziekte

Als de spierziekte even als een aparte entiteit wordt gezien, ontdek je ergens diep vanbinnen, dat humor een manier van acceptabele spot is. Dit om je spierziekte te kennen te geven: ‘mij heb je nog niet'. Natuurlijk is de ziekte geen aparte entiteit, maar volgens mij werkt de humor op subtiel niveau wel zo een rol. Het heeft dan de functie om superieure gevoelens over je ziekte te krijgen, en het 'slachtoffer' is dan geen blondje, politicus of dokter zoals in een mop, maar de spierziekte zelf. Dat zou die waterlelie van Bomans goed kunnen verklaren, humor en verdriet verenigd, maar gescheiden door een lach en een traan, net naargelang op welke 'zender' dat je zit. Voor de directe omgeving is het uiteraard vaak griezelig terrein, met emotionele landmijnen, om in te kunnen schatten op welke zender ik momenteel zit. Heb ik een melancholische dag, soms, niet vaak, dan moet je niet lollig doen. Lollig wordt dan lullig (pardon Moi France). Zit ik op en lollige, of cynische zender, dan is een depri-benadering weer niet echt leuk. Griezelige mensen die gehandicapt zijn, lijkt me zo, wat humor betreft! Maar partners zullen elkaar toch genoeg kennen vermoed ik zo, zonder al te veel misplaatste bejegeningen. Sommige grappen en grollen van eigen makelij, gericht vroeger op mijn naasten, krijg ik nu soms heerlijk terug. Ik kon vroeger bijvoorbeeld (terug van de winkel) de kofferbak openen, mijn vrouw bizar veel in haar handen en armen duwen, en dan zelf een licht zakje van Kruidvat pakken, en zeggen; “of draag je deze ook even?”, of; “Doe jij dan ook maar de deur open?”. In verschillende creatieve varianten kun je dit nu terug verwachten. Humor is ook héél lang geduld hebben. Uiteindelijk kun je iedereen terug pakken. Kwestie van wachten. En dan komt het moment dat de kofferbak open gaat, waarbij mijn vrouw dan wegloopt, en zegt; “pak jij het allemaal even?"

Zelfspot

Met verlamde handen kan ik mijn mobiel nog redelijk bedienen; de vingers zijn wat verstijf, met als voordeel dat je dan kunt swipen en toetsen. Maar toch….. Toch vraag ik mij soms over mijzelf af: “je hebt niet voor niks die software om je mobiel via de laptop te bedienen?!”. Vooral niet aansluiten! Stel je voor dat je het jezelf ook nog makkelijk maakt?! Dan gaat de telefoon, ik raap ‘m met moeite op (platte dingen ook), eenmaal in mijn hand; 'eh, verdorie, verkeerd om'. Omdraaien dus….een hele toer; ding valt op mijn schoot, en de beller geniet ondertussen van mijn voicemail. Dan heb ik ‘m in handen, knopje aan de zijkant met volle kracht indrukken (ik sla nog net een deukje in een pakje boter). De motoriek om te kunnen toetsen en te swipen komt vanuit de schouders en de biceps. Grof geschut voor zoiets fijns op een wiebelige hand, maar het zijn de enige spieren die dan aan de bak kunnen gaan. Als je zo klungelt is dat op zo een moment natuurlijk irritant. Maar er is wel met terugwerkende kracht humor voor in de plaats gekomen. Uiteraard opeens verdwenen Apps, die ik in een zwiep waarschijnlijk in de vuilnisbak deponeerde. Ik denk dan ook gelijk in een rare ongecontroleerde beweging 'akkoord voor verwijdering' te zijn gegaan? Een wekker die eens midden in de nacht afliep. Mensen die belde met de vraag: “je had gebeld?”. Ja, heb ik, maar niet jou! Lege berichtjes, of berichtjes met een rij letters en wat tekens erin. Andere lay-out opeens. Noem maar op! Maar goed; het ding ligt steeds frequenter aan de laptop vast nu. Voorbijgaande humor dus. Maar leuke herinneringen. Ik heb een mix van verstrooidheid en koppigheid in mijn persoonlijkheid. Later kwam in die mix dus de beperkingen erbij. Dan heb je echt zelfspot nodig, anders is het moeilijk liefdevol geduld met jezelf te hebben

Stephan Hawking

Voor mij een groot voorbeeld, qua natuurwetenschappen en qua humor, is en was Stephan Hawking. Ten eerste stond hij erom bekend dat hij met de rolstoel over de voeten van mensen reed die hij niet leuk vond. Volgens hem was dat gerucht niet waar, en hij zou iedereen “overreden” die dat zegt. " (in het Engels nog net wat leuker). Een heerlijke paradox zoiets. Hawking was geen onbekende in komedie. Hij verscheen in The Simpsons, Late Night met Conan O’Brian, en zelfs 5 afleveringen van de The Big Bang Theorie (7 als je voice-overs meetelt). Dit met veel grappen en grollen over zijn rollend en beperkt bestaan. Hij wist vanuit zijn ziekte (A.L.S), zoals zo veel mindervaliden dat weten, dat het concept van het Ego eigenlijk absurd is, en dat meesterlijke zelfspot dit krachtig kan beamen. Er bestaat een pikante, maar wel leuke grap, waar hij zeker om zou moeten lachen. Hawking zegt “God is dood”. God zegt “Hawkings is dood”. Zijn lessen uit humor: neem het leven niet al te serieus, ook God niet.

Zwarte humor

Die grap over God en Hawking grenst tegen de zogenoemde zwarte humor. Zo snel de grap cynisch over een taboeonderwerp gaat, zoals dood, ziekte, zelfmoord, ongevallen of handicaps, betreed je de krochten van de zwarte humor. Met de juiste timing binnen de geschikte omstandigheden, kan zwarte humor prima verlossend inwerken op spanning en leed. Ik weet dat ieder individu diens eigen morele en ethische grenzen heeft, en ik zou zwarte humor binnen mijn ethiek nooit of te nimmer laten gaan over een medemens. Naar mijzelf toe ben ik als een vlijmscherp mes, lijkend op automutilatie, met compleet overdreven opmerkingen, waar ik hartelijk om kan lachen. Bij de vraag bijvoorbeeld, wat ik zeker nog eens wil doen, is het heerlijk om te zeggen: “bungeejumpen”. Ik wacht dan een heel kort moment, lang genoeg dat men nog net kan zeggen: ”aha, leuk!”, om mijn zin dan af te maken met: ”maar dan wel zonder elastiek.” Het is echt niet om te choqueren, en ik meen ook precies te weten wanneer en met wie ik zoiets kan doen. Mijn vrouw en ik, zo volledig als dat we op elkaar zijn ingespeeld, hebben er onderling erg veel ontlading aan als wij soms in zo een ‘bui’ zitten. Maar uiteindelijk blijft het een waterlelie die geworteld is in het troebele water van verdriet.