Geschiedenis

26 MAART 2021

Img

Zoals ik het vorige stuk eindigde, wil ik dit stuk beginnen, met een inzage in mijn gemoed als ik het verdriet en de mismoedigheid scan achter het harnas. Al de voorgaande dertig blogs straalde een bepaalde sfeer van mentale kracht uit, wat niks met het gevoel heeft te maken wat er achter schuilt. De afdruk die de ziekte in mijn diepste wezen achter laat, heb ik gepoogd weer te geven in onderstaande tekst. Het was niet eens moeilijk omdat ik in een melancholische periode vertoef.

De herinneringen zijn de secondewijzers van mijn geschiedenis, die bij iedere tik, vaak iets voor de laatste keer voorbij liet gaan, om te vervagen in mijn geschiedenis, met de wetenschap dat het de allerlaatste keer was. Dat vervagen is niet makkelijk te dragen, maar je kunt er voor zorgen dat het niet vervaagd in vergetelheid. Dat wat ooit was, en nu niet meer is, is de totale som van de dingen die mij hebben gemaakt tot wie ik nu ben. Daarom alleen al bestaat het altijd voort, als men over mij praat, of ooit mijn teksten worden gelezen. Dat is een van de drijfveren van mijn schrijfsels denk ik. Ik sta daarom ook bewust stil bij iedere handeling en bij ieder verlies, om het een plek in mijzelf te kunnen geven. In de back-up van mijn hersenen is dan altijd weer die mogelijkheid om te genieten van de herinneringen zonder al te veel pijn te hebben door de heimwee. De laatste drie maanden was er veel afscheid, met tot gevolg dat ik vaker dan normaal heimwee en rouw had, en het niet zo snel kon laten bezinken. Het is zeker waar, dat wij mensen een eigen subjectieve geschiedenis hebben. Je kunt er een eigen invulling aan geven, en daar zo ver in gaan, dat het geen raakvlak meer heeft met de werkelijkheid. Ik behoed mij voor het romantiseren. Natuurlijk was het manager-werk wat ik deed niet altijd rozengeur en maneschijn. Natuurlijk zijn er dingen waarbij ik denk: “nou, dat mis ik dus écht niet meer”. Met autorijden verafschuwde ik altijd de overvolle wegen, te denken aan files, en wat dat betreft is er geen verkeersstress meer. De blessures door fitness zijn ook echt niet vergeten.

Het is goed denk ik om de feiten van het vervagende verleden positief en realistisch te ordenen, zonder het te romantiseren. Want geloof je in je eigen roman, dan mis en rouw je nog meer. Ook met fouten die ik hoogstpersoonlijk heb gemaakt, lieg ik de herinnering nooit omver, opdat ik mij nooit kan vrijpleiten van enige schuld. Verantwoordelijkheid nemen. Dit klinkt allemaal weer erg opgeruimd, als held zijnde op zegentocht tegen de PSMA-draak, maar niks is minder waar. Hoe meer je op de ridder inzoomt, hoe kleiner hij wordt. Ik voel me nietig tegen de stroom der dingen die met de secondewijzer meedansen, wegglijdend achter de sluiers van het verleden, om nooit meer heden of toekomst te worden. In januari kreeg ik mijn ontslagvergoeding, een definitief gebaar dat ik officieel werkloos en afgekeurd ben. Vermogen versus onvermogen. Hoe dubbel kan een gevoel zijn! Niet lang daarvoor waren de stoute schoenen aangetrokken om het tankstation te bezoeken, na sluitingstijd, om een goed afscheid tot een feit te brengen, zonder ruis van oud-medewerkers met hun uiteraard goedbedoelde vragen. Het was een gure avond, met wind, kou en regen. Een weertype wat op dat moment recht deed aan de krassen op mijn ziel. Gerafelde vlaggen fladderden aan schuine tikkende vlaggenstokken. Verweerde reclameborden aan de muur, verbleekt, wat wapperende snippers van oude posters, die ik zelf ooit ontworpen had. Het verval van het tankstation leek passend bij mijn progressief verval, alsof het als een synchroniciteit parallel liep, onlosmakelijk in betekenis met elkaar verbonden. Begin maart vernam ik dat het tankstation gesloten wordt. Dat doet je dan toch iets. Doodgebloed aan de coronawonden in het vergeten grensgebied van Nederland en Duitsland. Kapot door de politiek van de waardeloze Paars-kabinetten, alweer langer dan 20 jaar geleden. Het kwartje van Premier Cox kwam nooit terug, de hoogste brandstofcijfers van Europa tot gevolg, en veel failliete tankstations. Een andere tank in Roermond, waar ik twaalf en een half jaar had gewerkt, kreeg geen vergunning meer van de Gemeente, op basis van gluiperige argumentaties over de skyline van de stad en de ruimtelijke ordening. Lekker ondernemertje pesten. Sinds anderhalf jaar nu van de aardbodem verdwenen, een grasveldje achterlatend, waar de gemeente niks mee doet. Geschiedenis.

Mijn werk weg, een tankstation gesloten, en eentje compleet nutteloos verwijderd. Bedrijven die ik altijd omarmt heb, maar zelfs die symbolische armen zijn onderhevig aan verlammingen. Het is allemaal geschiedenis. Wat het zand van de zandloper onlangs ook naar het verleden slokte, is een dementerende dame die mij naar aan het hart ligt, en nu verzonken is geraakt in een volgend stadium. Tijdens onze laatste twee wandelingen, met daarvoor een lange wandelpauze door de coronamaatregelen, bleek dat ik haar op een bepaald niveau kwijt was. Als vrijwilliger moet je bedacht zijn op zulke ontwikkelingen, want mensen die lijden aan dementie hebben vier niveaus van verdieping; maar niettemin is het een optelsom van voorbijgaande dingen van het leven, glippend door mijn vingers, die ze ook niet meer grijpen kunnen. Variant op deze eindige, onomkeerbare en verdwenen slokken levenselixer, zijn de dingen waarvan je weet dat het 'de laatste keer was' dat je het kon of wilde doen. Zoals op zeventien maart, de stem uitbrengen voor de tweede Kamerverkiezingen. Het was voor mij emotioneel heel belangrijk om een potlood tussen een klein klittenbandje van mijn vingers te klemmen, en nog zelf dat vakje rood te kleuren. Als het nieuwe kabinet niet te snel valt, zal dat de laatste keer zijn geweest, en staat in de toekomst toch de machtiging in het verschiet om een naaste voor mij te laten stemmen. Mijn vrouw was eigenlijk nu al onmisbaar, met het ontvouwen en opvouwen van het grote harmonica-stembiljet van 1.50 mtr breed.

Afgelopen carnavalsperiode was er een kleine carnavalsviering in haar zorginstelling, waarvoor ik moest passen om mee te helpen met de presentatie. Ik was te moe en wazig, helaas. Net die laatste kans eigenlijk gemist om nog met goede beenkracht wat te hossen en springen; ook zoiets wat in mijn geschiedenisboek des levens gaat verdwijnen. Kleine dingen, maar toch. De eerste week van maart was er die container voor 1000 kg grof vuil. Op het randje nog kunnen meehelpen, maar zeker niet voor herhaling vatbaar over een jaar. En mijn fitness spullen, halters en toestellen, waar ooit een kamer van vol stond, horen ook bij die opruiming. Pijnlijk hoor! Daarbij nog mijn dierbare appgroep, wat door inactiviteit vervaagd, omdat een van mijn lotgenoten er te ziek voor wordt. Vanaf december problemen met mijn stem, en soms de spraak, niet ernstig, maar toch denk je dan met huivering: ”wanneer is mijn stem geschiedenis?”. Van binnen heb ik de laatste tijd extra veel pijn door deze bundel aan factoren. Een eenzaamheid valt mij sterker dan voorheen ten deel. Gisteren is er iemand heel blij gemaakt met de fitness toestellen, een jongeman, als jonge twintiger klaar om lekker sportief thuis de spieren op te gaan bouwen. Hoewel het erg stak om al het materiaal in een bus te zien verdwijnen, ben je dan ook wel weer blij en dankbaar dat het naar zo een jonge sportieve gast gaat. Ik schat hem wel in als iemand die mijn verloren spiermassa gaat eren. Gisteren moest ik wel uit bed opstaan toen ik er net een uurtje inlag; de verwerking vraagt soms op ongelegen tijden veel data van je hersenpan. Twee glazen wijn; “Proost Tom, geniet ervan!”. Als je geen kracht meer hebt, moet je extra sterk zijn. Welterusten René, jij hebt je sportleven gehad.