De toekomst

EEN VERMOEDEN

Img

Geen doembeelden

Een kristallen bol waarin de toekomst zich ontvouwt, zou nu bijzonder handig zijn geweest. Maar mijn hoofd is de enige bol voorhanden, die misschien bij juist gebruik de toekomst enigszins kan vermoeden, meestal door planning en hoop. Hoop is volgens mij de enige geestesgesteldheid die de dood overleeft en de toekomst elastisch maakt. Maak je nog plannen, heb je nog hoop, en een toekomst. Er zal een hap uit de levensverwachting gehaald worden, hierover maak ik mij geen illusies. De verkorte tijd is er wel een, die door gebrek aan werk, in principe meer kwalitatief ingevuld kan worden. Als je dagelijks bezig bent met de naderende dood, doorleef je niet het leven en ga je iedere dag een beetje dood. Dat was, en is, niet mijn aanpak. Zo is er ook niet de verleiding om emotioneel in toekomstbeelden te vertoeven, met gedachten aan de vermoedelijke zware aftakeling van het lichaam. Uiteraard wordt er wel rekening mee gehouden. Wilsbeschikkingen en euthanasie verklaringen tot gevolg. Maar als je een goed gemoed in het Nu hebt, moet je dat niet laten overschaduwen door speculatieve doembeelden uit de toekomst.

In nevelen gehuld

Mogelijk zijn die doembeelden helemaal fout, en als het eenmaal zo ver is dat het lichaam bijna niks meer kan, ben je misschien toch nog totaal onverwachts gelukkig (genoeg). Dan heb je geheel voor niks je toekomstige visualisaties doorleeft. Binnen het revalidatieteam en bij de arts is dit verschijnsel zeker niet onbekend, waarbij patiënten het moment van de euthanasie koppelde aan incorrecte verwachtingen, later verrast dat het leven nog altijd genoeg waard is om in te verblijven. Door toch door te gaan, maken we meer verleden, en met een beetje geluk en inzet, meer invulling aan de zingeving van het bestaan. Op jacht naar die invulling vermoed ik een toekomst waar ik binnen mijn mogelijkheden nog veel wil doen. Dit is compleet anders dan hoe ik mij voorheen had ingeschat! Ik zat vroeger wel eens verbaasd voor de televisie met de vraag: ”waarom zo laat die euthanasie? Zoveel pijn en ellende?!”. Nu is dat allemaal beter te begrijpen; ik leer meestal pas echt wat zinvol is als ik zelf door de goot getrokken mag worden. ‘Hardleers’ in de volksmond, zonder gebrek aan goten dus, van waaruit ik gelukkig tot nu toe altijd weer uit kroop. Dus ja, ik voel dat ik de toekomst bestormen wil, gegarneerd met een gezonde dosis hoop, zonder illusies, bereid om mij te laten verrassen. Misschien een kronkelig pad zonder echt geplande doelen, daarvoor is alles te wispelturig en te veel in nevelen gehuld. Maar wie geen doel heeft kan in principe ook niet verdwalen.

Voltooid verleden tijd

Vanwege de kwalitatief vrijgekomen tijd wil ik me ook niet meer blindstaren op het verleden. Doe ik dit te veel, haalt de toekomst mij in zonder geleefd te hebben. Ik bedoel, er zijn zeker onverwerkte wratten uit het turbulente verleden, en met een normale levensverwachting had ik er nog wel eens de schoffel doorheen willen halen. Wie ik ben geworden door het turbulente verleden, heeft wel een persoon gemaakt, die nogal ingericht is om met zo een aandoening constructief om te gaan. Dat zou ik niet willen missen, waarvan zeker niet het relativerend vermogen, humor en de logica. De logica zegt mij zoiets als; ‘het is zonde om je leven door te brengen door te leven in het verleden, zeiken over het heden en je alleen maar zorgen te maken over de toekomst’. Ik en mijn vrouw zagen dat wel vaker in onze omgeving. Veel mensen die al hun leven lang zeggen te werken aan zichzelf, weinig doen in het nu, het verleden niet met rust laten, zonder duurzame plannen voor de toekomst te maken. Dit is misschien erg modern. We zitten nu eenmaal in een zeurcultuur van zelfmedelijden en het snelle individualistische genot, zonder duurzaam bewustzijn. Anderzijds is het ook wel typisch iets Hollands. Naast molens, klompen en kaas mogen wij trots zijn op het nationale erfgoed wat 'zeuren' heet. Als je levensbedreigend door een aandoening bij de kladden wordt genomen, valt het gezeur je des te meer op, vaak denkend: ”nou, als dat jouw probleem is, wil ik wel graag ruilen hoor met mijn probleem”. Maar ik ben de vreemde eend in de bijt. De meesten zijn immers gezond, en ik zie nu prioriteiten anders. Dit wetend heb ik nog wel oor voor andermans kleine kwelgeesten, maar een onderliggende gedachte van 'ruilen?' blijft vaak aanwezig als het om bijna niks gaat, zoals een dag dat de wereld vergaat door een ingescheurde nagel. De empathie is dus onderworpen aan de uitdaging niet afgevlakt te raken bij andermans kleine kwaaltjes. Er liggen dus uitdagingen voor mij in het verschiet dat ik moet waken voor mijn eigen cynisme en onbegrip.

Extratijd

Om toch wat doelen te formuleren, zou ik graag iets met het schrijverschap willen doen. Wie weet, ooit een blog of boek. Lezen en schrijven kun je tegenwoordig door de technische vooruitgang tot de laatste ademteug volhouden. De toekomst is daarom ook equivalent aan technische vooruitgang. Dankbaar ben ik, dat als ik toch deze aandoening had moeten krijgen, het in deze gouden eeuw van de informatica plaats vindt. Héél misschien is er een toekomst, waar ik over tien jaar kan beschrijven hoe de medische wetenschap mijn spierziekte stil legde. Wachtend op zenuwtransplantaten om sommige bewegingen weer terug te krijgen. Ik zou dan tegen de midden zestig zijn. Die kans is reëel, maar zal een waarschijnlijkheidsfactor van 20% hebben denk ik. De peilen zijn gericht op levensverlenging; als dat lukt, kunnen mensen die nu ziek zijn in de verlenging van de extratijd misschien de eerste graantjes gaan meepikken. Ik ben benieuwd hoe deze voorgaande regel van dit schrijven over tien jaar gelezen wordt? Hopelijk was het profetisch.

Mijn vrouw

Eigenlijk moet ik niet over ‘mijn’ toekomst praten, omdat mijn vrouw onlosmakelijk met mij verbonden is. Grote kans dat ze mij veel te vroeg overleeft, en zodoende is het voor haar extra moeilijk om vooruit in de tijd te filosoferen. Een groot deel van haar toekomst moet ze met weer een extra pittig verlies leven, iets wat mij als het ware bespaard blijft. Dit is erg pijnlijk als ik daaraan denk. Ik weet dat ze sterk is, en hele mooie ritueeltjes heeft om haar overleden geliefden te herdenken. Dat zijn er pijnlijk genoeg al heel wat. Die vaste gewoonten geven haar ook kracht. Wat ons rest, pogen wij met een zo goed mogelijke levensinvulling vorm te geven. Ik ben trouwens niet plotseling van het toneel verdwenen als het ooit zo ver is. Hopelijk helpt dit haar ook, dat het ‘nu’ en het ‘verleden al wat verwerking naar de toekomst vooruit heeft kunnen schuiven. Bah, nee, de toekomst is niet aan mij besteed om te veel over na te denken of te schrijven. Ik kan veel beter overweg met het heden. Ik sta “nu” in de toekomst van het verleden, en in het verleden van mijn toekomst. En nu zijn wij samen, het enige wat telt.