De Kunst van het Zijn

30-09-2021

Img

Sluiers van onwetendheid

Spierkrachten vervagen, niks nieuws, ik schreef er al vaker over. Heel langzaam, sluipend en verdampend, alsof een accu zuchtend gebukt gaat onder defecten wat alleen nog maar energie slurpt. Zoals dat een auto ten deel kan vallen, als enkele dashboard lampjes dimmen wanneer de koplampen worden geactiveerd. Je radio hapert, de centrale vergrendelingen van je deuren gaan ‘raar’ doen en het starten gaat steeds moeilijker. Later slaat de motor soms zelfs af. Mijn wegenwacht van specialisten kunnen door gebrek aan gereedschap er maar weinig aan doe, dan alleen maar soms een hulpstuk inzetten. De eerste twee jaar ervoer ik binnen de metafoor van ‘een auto’ dat er soms een onderdeel uitviel; kapotte band, koplamp die er van afvalt, kapotte radiator.… Noem maar op, wat het besturen van het voertuig met stapjes bemoeilijkte. Toch was er altijd een vorm van overzicht. Maar het laatste jaar lijkt er iets wezenlijkers als vampiristische energiebron, alom parasiterend aan mijn krachten te lurken. Alsof je globaal- in het geheel - fysiek leegloopt, zoals een flabberend ballonnetje. Nochtans wél trager dan voorheen, toen nog spier voor spier uitviel. Ik had voorheen door de sluiers van onwetendheid in het vooruitzicht dat er frequent ‘onderdelen’ versplinterd en vlekkerig overal zouden uitvallen. In principe had ik dat ook liever gehad, een spier hier en een spier daar. Want een geleidelijk sluipende totalitaire progressiviteit resulteert uiteindelijk in een totaal lege accu van een voertuig. Ieder onderdeel zal dan stilvallen. Kortom, het voertuig van mijn geest, mijn hele lijf uiteindelijk een puddinkje.

Trukendoos

Nog recent kon ik een wat groter voorwerp letterlijk met open armen ontvangen, een stoel bijvoorbeeld, deze in die ‘knuffelhoutgreep’ optillen en verplaatsen. De overgebleven spieren van de borst, schouders en rug werkte dan samen om de greep te handhaven, beetje stuntelig, maar ach, het werkte. Wat je niet meer aan motoriek kunt uitvoeren wanneer enkele spieren zijn uitgevallen, nemen andere spiergroepen dit als alternatief over. Als er nu iets grofs opgetild dient te worden, niet eens zo zwaar, lukt het mij niet meer met die ‘omarming’ omdat de kracht om het tegen mijn borst te duwen niet toereikend meer is. Dan maar niet duwen, het net iets anders vasthoudend, met iets meer regie voor mijn rechter biceps die nog wel wat kan. De balans is nu ook anders, zo ook de zwaartekrachthoek, maar nee, de andere spiergroepen die nu ingezet worden, kunnen er ook weinig of niks meer mee. Het is een feit dat alles boven de broekriem een lichaamskracht heeft wat nog net voldoende is om het algemeen motorisch fysieke te bedienen, maar niks extra’s lijkt aan te kunnen. Ik trotseer nog net de zwaartekracht. Ook met aankleden kom ik nu nog maar nét, met de grootste krachtinspanning, in mijn broeken, truien en T-shirts, en mijn trukendoos raakt langzaam maar zeker op. Ik word intensief hulpbehoevender. Ik voel mij nog altijd veerkrachtig en flexibel, al is de rek er natuurlijk ook wat meer uit nu.

Gezichtsbedrog

Eigenlijk is het vertoon van kracht soms een verraderlijk façade. Stel je als toeschouwer maar eens voor dat je mij thuis ziet komen van boodschappen doen, en mijn vrouw een zware tas in mijn rechterarm laat hangen, in de knik van de ellenboog. Dat kan mijn bicep nog wel hebben voor tien meter, al voel ik mij wel bij elke stap een waggelende gans. Dan zie je mij zelf koffie pakken, wat kan bij sommige mokken omdat het oortje prima klemt in mijn stijve duim, en die stijve duim ook de knop van het apparaat kan intoetsen. Is de koffie op, pak ik een emmer in diezelfde arm van de boodschappentas vast, half vol, met een voet omkiepend op het terras, en ja, met een bepaalde (nogal voorover gebukte geforceerde) houding kan ik dan plekken wegschrobben en zelfs redelijk droogtrekken met de trekker. Dingen met een steel (nu niet gaan doordenken), ook een stofzuiger, klem ik onder de oksel, wat wel veel buikspier-kracht vraagt, en mijn nekspieren snel forceert. Stofzuigen doe ik daarom niet meer. Voor een vluchtige waarnemer veroorzaakt dit gegarandeerd een gebagatelliseerd beeld, dat het ‘wel meevalt’ misschien. Leef je met mij samen, weet je wel degelijk wat ik niet meer kan, omdat je dan aan den lijve ondervindt hoeveel je moet opvangen. Ik vermoed een percentage van 97% te kunnen noemen wat er aan zelfredzaamheid verloren is gegaan, wat opgevangen wordt door mijn vrouw, huishoudelijke hulp, thuiszorg, de hulpstukken, dagopvang en de familiare hulp.

Inwoner reloaded

Over die hulp vanuit de familie, is het goede nieuws dat de jongste dochter van mijn vrouw (27j), en gelijk de jongste van ons samengesteld gezin, tijdens haar studiejaren thuis komt wonen. De woningnood en woekerprijzen op de woningmarkt treffen haar als werkend en lenend student hard, en ze moet echt weg van die kamer in die verpauperde straat van het centrum van Roermond. En een fatsoenlijke betaalbare huurwoning is gewoonweg niet te krijgen. Nu zal ze door werk en studie nog altijd een volle agenda hebben, wat inhoudt dat we niet minder hulp nodig zouden hebben. Toch is het vooruitzicht erg luxueus dat nu ook weer eens het eten klaar kan staan voor mijn vrouw als ze van haar werk terug komt, en mogelijk nog wat dingen extra zijn gedaan, opdat ze niet elke dag op honderd procent volle toeren thuis door hoeft te knallen na haar drukke werkdagen. Ook zal het af en toe een strijd op het recht van gebruikmaking van de badkamer opleveren, en ja, soms zal er geruzied worden over een ‘vermiste’ lippenstift of nagelvijl; allemaal eerste levensbehoeftes voor deze dames, maar ach, de gezelligheid zal zeker overheersen zoals die er doorgaans ook is als ze op bezoek is. Het is een volstrekt toevallige wending in ons leven wat echt net op tijd kwam, gezien mijn sterk afgenomen zelfredzaamheid, en met alle hulpfactoren bij elkaar kunnen we deze nieuwe levensfase met verminderde bezorgdheid in gedachten nemen.

Waardig leven

De factor ‘waardig leven’ is nog steeds voor mij niet echt in een definitie te vangen, laat staan in het kort te beschrijven. Je hebt er ook weinig aan als zijnde een begrip, want die schiet altijd tekort, omdat de betekenis van waardig leven te pluriform is. Het is meer een concept, model of archetype waarbinnen ik streef te leven en te manoeuvreren voor zolang de voorraad zand in mijn zandloper des levens strekt. Bouw je eigen wereld van waardigheid en zingeving, want als de tijd komt dat je intens beroofd wordt van je autonomie en fysieke vrijheden, is het des te meer van belang dat het fundament van liefde, vertrouwen en integriteit nog sterk is. Te besluiten met Toon Hermans woorden; “Te leven is een gunst, te weten hoe is een kunst”.