Geven & Nemen

16-07-2021

Img

Leren ontvangen

Het leven is geven en nemen, dat weten wij allemaal. Althans, is het goed om dat te weten. En hoewel ‘geven’ nobeler lijkt dan ‘nemen’, is ‘ontvangen’ voor mij toch moeilijker dan geven. Als het vermogen tot zelfredzaamheid zakt tot het niveau dat je bijna niks meer zelfstandig kunt, moet je veel hulp gaan ontvangen, terwijl het in mijn geval altijd zo was dat ik liever mijn eigen boontjes dopte. Ik was altijd graag een gever, en ontving het liefste niet te veel; dat ‘krijgen’ voelde altijd nogal onveilig, al wist ik nooit waar dat aan lag. Ik weet uiteraard dat niemand dermate een rijk leven heeft dat hij of zij niets hoeft te ontvangen. Ik ook niet, en ontving altijd graag respect en geloof in mijn persoon. Dat kun je in die mate ontvangen, in samenhang met hoeveel respect en geloof je in anderen hebt. Ik ben wel tevreden met de hieruit gedestilleerde balans. Disbalans zie je soms in vriendenkringen, waar ik van verschillende mensen (voornamelijk online) vernam, dat vrienden langzaam, bijna sluipend, afhaakten toen de spierziekte aan diens sloopwerkzaamheden begon. In de stijl van ‘geef mij vriendschap, dan krijg jij ook mijn vriendschap, als je daarbij maar wél gezond blijft!’. Ik weet het, na mijn scheiding stopte ik ook met mijn vriendschappen, en was er de dringende behoefte aan een volledige focus op een kleinere familiare kring. Vriendschappen brachten mij voorheen te veel invloed, afleiding en verleiding, die ik uiteraard zelf toeliet, maar wat ik uiteindelijk niet meer wilde. Maar hoe dan ook, ik zou nooit een vriendschap beëindigen wanneer mijn kameraad ernstig ziek is! Dan wil je volgens mij er toch echt zijn voor hem of haar?! Naast vrienden heb je nog je partner, familie, lotgenoten en revalidatieteam, die het vacuüm van vergankelijke vrienden zullen opvullen.

Conditioneren kost kracht

In de vorige blog beschreef ik mijn vrouw, wat ze aan ADL (alledaagse handelingen) aan mij geeft, en wat ik gaandeweg moest leren te ontvangen. Ik voelde mij vaak schuldig om iemand die het al zo druk heeft ‘lastig te vallen’. Ontvangen door toenemende mindervaliditeit geeft een kwetsbaar gevoel, omdat in mijn geval, met mijn persoonlijkheid, een soort van imagoschade oploopt. Het “man” willen zijn voor je vrouw. Daarbij is mijn gevoel van zelfbelangrijkheid van nature laag te noemen, en cijfer ik mij liever weg, dan dat ik van alles wil ontvangen. Ik heb mijzelf recent de laatste maanden echt nog meer moeten conditioneren en herprogrammeren dat ik het toegenomen arsenaal van ontvangen wel degelijk waard ben. En het is ook griezelig het gevoel te hebben dat je ‘in het krijt staat’ bij iemand. Des te verder ik achteruit ga, gaat wel mijn inzicht in mijzelf er nog altijd op vooruit. Hoe donkerder de schaduw, des te feller het licht. Dit omdat ik met processen het vanuit mentale en emotionele bronnen moet doen, die in een gezonde situatie nooit zo diep zouden zijn aangeboord. Maskers, harnas en kogelvrij vest van het opgebouwd ego zijn verdwenen, wat vraagt om innerlijke krachten. Wie niet meer sterk is moet krachtig zijn. Het inwinnen van die kracht kost ergens ook kracht vind ik, zeker als er argwaan meespeelt. Kracht is eigenlijk iets wat gedolven wordt vanuit hetgeen wat je gedaan hebt, waarvan je vooraf nooit had gedacht dat je dit kon. Daarom kan het winnen ervan ook tijdelijk uitputten. Hopelijk is het rendement goed.

Storm

Een week terug blies een kortdurende storm het pas gemaakte zeil van onze overkapping kapot. Het betreft een onderlaag voor een uiteindelijk dak daar bovenop, wat nog niet gemonteerd was. Het leek wel een valwind, met tot gevolg een half los gescheurd afdekzeil, bloemen en potten rollend over het terras, een schepnet van het zwembad vloog in een perkje vol bloemen, dit in de chaos compleet gemaakt door mijn blaffende honden waar ik bijna mijn nek over brak, in mijn ijdele pogingen als een kip zonder kop de schade te beperken. En wat wilde ik eigenlijk beperken? Met mijn voeten en tenen wat potten recht duwen, applaus, dat was het. Om mij bespottend voor de rest gefrustreerd en beduusd in de windvlagen nietig als een peuter te laten voelen. Mijn oudste dochter kon gelukkig in een dappere poging komen helpen, dapper omdat ze nogal onbekend is met dit soort reparatiewerkzaamheden, en vooral wél bekend met haar hoogtevrees. Hoewel mijn geestelijke ‘knak’ vooraf heftig was (met zelfs een kandidaat voor de Oscars, met een kreet wapperend in de wind op mijn knieën; ‘godverrrrrrd**** K**pech….Is het nu eens GENOEG geweest?!!’) was het een weldaad om te zien hoe ze in een uurtje alles gemaakt en opgeruimd had. Ik ben dan zo om te willen betalen voor de benzine. Daar heb je hem weer; ontvangen is immers zo griezelig huh! Maar ze gaf stellig aan: ”nee, wil ik niet, en ik zou nog duizenden keren zo uit bed gesprongen zijn om jou te komen helpen!”.

Kinderen

Bij hulp van andere kinderen vraag ik mij ook altijd af; “hoe moet ik dit goedmaken?”. Terwijl ze daar nooit aanstalten naar maakte. Eens legde mijn jongste stiefdochter samen met mij een afdekzeil voor het zwembad aan, die op een rol gemonteerd moest worden, vragend om zaag-, plak- en schroefwerzaamheden wat mij in die zomer van 2019 ook al niet meer lukte. Terwijl ik toen ook vanuit schuldgevoel een nervositeit voelde, herinner ik nog goed hoe trots ze was dat ze die klus geklaard had, sprankelend vermeldend via multimedia aan haar naaste kring. Ze had er schik in. Mijn zoon heeft ondertussen erg veel gerepareerd en geklust. En omdat hij onlangs met zijn vriendin een huis heeft gekocht wat nogal verbouwd werd, heeft hij enorm veel kluservaring opgedaan, waar ik nu met trotsheid kijk hoe spijkers, schroeven, hout, zaag, hamer en boor behendig geroutineerd onder zijn vingers hun doel bereiken. Altijd trots, maar ook ‘n schuldgevoel; wat volgens hem echt niet hoef, met de vaste opmerking: “ik help je graag, daar waar ik helpen kan”. Tijdens het schrijven moet ik opeens ook denken aan mijn laatste bezoek bij mijn jongste dochter en haar vriend. “Pap, wat wil je eten?” vroeg ze vooraf. Ik dacht uiteraard aan iets wat het minste tot ‘overlast’ zou zijn; “gooi maar wat op een barbecue”. Ze had veel vlees aangeschaft, zelfs een barbecue (bleek ze dus niet te hebben), die bij aanschaf al kapot bleekt te zijn. Dus over naar de gewone braadpannen, zelfgemaakte saus erbij en koude schotel. Ik verontschuldigde mij voor al die onvoorziene poespas. Maar ook hier: “schei uit pap, pff”. Als je als ouder iets overkomt, kun je iets goeds doen wat fout is, namelijk de houding naar de kinderen toe van; “pap gaat niet klagen, maar dragen, verder niet over zagen”. Het maakt niet uit hoe jong of oud ze zijn, maar zij hebben ook een (vaak onbewust) verwerkingsproces, en iedere overdreven houding van bagatelliseren omwille van hun emoties, is niks anders dan hun iets van het verwerkingsproces ontnemen. Afstoten dus. Door ontvangsten te aanvaarden, geef je aan de ander aanknopingspunten om het eigen verwerkingsproces beter te managen. Vanaf nu kunnen ze daarom de blog meelezen.